.kkconv {text-decoration: none; color:#000000; font-family:Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;} .kkconv td.CONTENT{text-decoration: none; color:#000000; font-family:Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;} .kkconv .BODYTEXT1{text-decoration: none; color:#000000; font-family:Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;} .kkconv .BODYTEXT2{text-decoration: none; color:#CC3333; font-family:Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;} .kkconv .BODYTEXT3{text-decoration: none; color:#AC00A6; font-family:Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;} .kkconv .BODYTEXTBG{text-decoration: none; color:#F9B5F7; font-family:Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;} .kkconv a{text-decoration: underline; color:#CC3333; font-family:Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;} .kkconv a:visited{text-decoration: underline; color:#E96C84; font-family:Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;} .kkconv a:hover{text-decoration: underline; color:#AC00A6; font-family:Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;} .kkconv h1{text-decoration: none; font-size:medium; color:#CC3333; font-family:Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; } .kkconv h2{text-decoration: none; color:#CC3333; font-family:Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; } .kkconv h3{text-decoration: none; color:#CC3333; font-family:Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;} .kkconv a.MENUMAINTEXTX{text-decoration: none; color:#000000; font-family:Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; } .kkconv a.MENUMAINTEXTX:visited{text-decoration: none; color:#000000; font-family:Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; font-weight:bold;} .kkconv a.MENUSUBTEXTX{text-decoration: none; color:#000000; font-family:Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; font-weight:bold;} .kkconv a.MENUSUBTEXTX:visited{text-decoration: none; color:#000000; font-family:Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; font-weight:bold;} .kkconv a.MENUMAINSELECTEDTEXTX{text-decoration: none; color:#CC3333; font-family:Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; font-weight:bold;} .kkconv a.MENUMAINSELECTEDTEXTX:visited{text-decoration: none; color:#CC3333; font-family:Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; font-weight:bold;} .kkconv a.MENUSUBSELECTEDTEXTX{text-decoration: none; color:#FFFFFF; font-family:Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; font-weight:bold;} .kkconv a.MENUSUBSELECTEDTEXTX:visited{text-decoration: none; color:#FFFFFF; font-family:Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; font-weight:bold;} .kkconv a.MENUMAINTEXTX:hover{text-decoration: underline; color:#FF9900; font-family:Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; font-weight:bold;} .kkconv a.MENUMAINSELECTEDTEXTX:hover{text-decoration: underline; color:#FF9900; font-family:Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; font-weight:bold;} .kkconv a.MENUSUBTEXTX:hover{text-decoration: underline; color:#CC3333; font-family:Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; font-weight:bold;} .kkconv a.MENUSUBSELECTEDTEXTX:hover{text-decoration: underline; color:#CC3333; font-family:Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; font-weight:bold;}

Σ

In het kort
  • Cocaïne is een drug in de vorm van een wit, kristalachtig poeder. Het wordt gehaald uit de bladeren van de cocaplant.
  • Er worden veel namen voor cocaïne gebruikt. De populairste luidt kortweg ‘coke’.
  •  ‘Gewone’ cocaïne wordt voornamelijk gesnoven. Door oplossen in water kan het ook in een ader worden geïnjecteerd.
  • Cocaïne kan door een chemisch proces worden bewerkt tot ‘crack’ of ‘basecoke’. Het roken van ‘crack’ of ‘basecoke’ wordt ‘basen’ genoemd. Bij het roken worden een waterpijp, een speciaal pijpje of folie gebruikt.
  • Verslavend? Lichamelijk niet, geestelijke wel. Steeds meer nodig voor zelfde effect? Nee.
  • Effecten korte termijn: Stimulerend, onderdrukking van vermoeidheid en honger.
  • Gevolgen lange termijn: Gewichtsverlies, slapeloosheid, angst, waanvoorstellingen, geprikkeldheid, achterdocht, agressiviteit, depressie na stoppen van intensief gebruik, uitputting van het lichaam.
  • Belangrijk: Rookbare vorm van cocaïne heet ‘crack’, ‘basecoke’of ‘gekookte coke’.

 

Wat is het?

Cocaïne werkt stimulerend. Veel gebruikers van cocaïne weten deze drug in hun leven in te passen zonder in problemen te komen. Zij consumeren cocaïne voor recreatieve doeleinden. Toch kan de drug leiden tot verslaving. Bovendien kan cocaïne deel uitmaken van problematisch gebruik van meer drugs tegelijk. Cocaïne kan in verschillende vormen worden toegediend. De zoutvorm van cocaïne (cocaïnehydrochloride; poeder) wordt in Nederland meestal gesnoven, zelden geïnjecteerd. Een enkele keer wordt cocaïnepoeder in een sigaret gerookt. Onder probleemgebruikers van harddrugs is vooral basecoke of gekookte coke populair. Basecoke wordt verkregen na het verhitten (‘koken’) van een oplossing van cocaïnepoeder en een basisch middel, zoals natriumbicarbonaat of ammonia. Basecoke wordt gerookt in een pijpje of geïnhaleerd van aluminiumfolie. Crack is onzuivere basecoke met restanten natriumbicarbonaat, dat zijn naam te danken heeft aan het knetterend geluid dat tijdens de verhitting ontstaat. In de jaren 80 maakten de gebruikers zelf de basecoke. Tegenwoordig wordt basecoke of crack veelal kant-en-klaar op straat verkocht. 

De belangrijkste feiten en trends over cocaïne in deze rubriek zijn:

Tussen 1997 en 2001 verdubbelde het percentage actuele cocaïnegebruikers onder de algemene bevolking. De toename is het grootst onder jongeren van 20-24 jaar.

Het aantal gebruikers van cocaïne onder leerlingen groeit niet meer. (Snuif)cocaïne is vrij populair onder uitgaande jongeren. In vergelijking met leeftijdgenoten in andere lidstaten van de Europese Unie, hebben vrij veel Nederlandse jongeren en jonge volwassenen ervaring met cocaïne. Cocaïne vindt grote aftrek onder probleemgebruikers van opiaten, vooral in de kant-en-klare rookbare vorm (basecoke). Het aantal cocaïnegebruikers in de ambulante verslavingszorg is sinds begin jaren 90 flink gestegen, vooral vanwege problemen door basecoke. Het aantal opnames in algemene ziekenhuizen voor aandoeningen die samenhangen met cocaïnegebruik is gering maar neemt toe. Het aantal geregistreerde acute sterfgevallen wegens cocaïnegebruik is gering maar stijgt.

 

Wat is het?

Cocaïne is een drug in de vorm van een wit, kristalachtig poeder. Het wordt gehaald uit de bladeren van de cocaplant, die in Zuid-Amerika groeit. De Latijnse naam voor die plant is Erythroxylon Coca. In de omgang worden veel andere namen voor cocaïne gebruikt. De populairste luidt kortweg ‘coke’. De concentratie van de werkzame stof in de cocabladeren varieert van 0,5 tot 1%. De cocaïne kan op een vrij eenvoudige manier aan de bladeren worden onttrokken, totdat vrijwel zuiver cocaïnepoeder verkregen is.

 

 

Waar komt het vandaan?

De cocaplant komt oorspronkelijk uit het hoge Andesgebied. Daar worden de bladeren sinds mensenheugenis gekauwd, omdat ze stimulerend werken en ademhalingsmoeilijkheden op grote hoogte verlichten. De Inca’s gebruikten de bladeren alleen voor religieuze doeleinden. Na de verovering van Zuid-Amerika door de Spanjaarden is het gebruik verder verspreid.
In de 19e eeuw werd ontdekt wat de werkzame stof in de bladeren is. Cocaïne werd vervolgens populair als stimulerend middel en als middel voor plaatselijke verdovingen.
Aan het eind van de 19e eeuw begonnen negatieve rapporten over cocaïne te verschijnen. Na de Eerste Wereldoorlog werd cocaïne verboden. Er waren inmiddels ook stoffen ontwikkeld die cocaïne als verdovingsmiddel konden vervangen.

 

Hoe wordt het gebruikt?

Dat hangt ervan af in welke vorm de cocaïne wordt gebruikt. ‘Gewone’ cocaïne wordt voornamelijk gesnoven. Het poeder wordt daarvoor in een ‘lijntje’ gelegd en met behulp van een kokertje in de neus opgehaald. Door het op te lossen in water kan het ook in een ader worden geïnjecteerd. Roken kan wel, maar is niet efficiënt: een groot deel is verbrand voordat het in de longen komt. Wanneer de cocaïne door een chemisch proces wordt bewerkt tot ‘crack’ of ‘basecoke’, dan geeft het roken ervan wel een optimaal effect. Het roken van crack of basecoke wordt ‘basen’ genoemd. Bij het roken wordt een waterpijp, een speciaal pijpje of folie gebruikt. Het snuiven van een lijntje cocaïne heeft al na een paar minuten effect. Dat effect duurt ongeveer een half uur. Bij spuiten of basen werkt de cocaïne nog sneller en heftiger, maar het effect is na een minuut of tien alweer verdwenen.

 

Wie gebruiken het?

Het hedendaagse cocaïnegebruik is begonnen in de jaren ’60. En wel in trendy kringen die zich deze dure drug konden veroorloven: de reclame, de mode, de jetset. Nu komt cocaïnegebruik in alle lagen van de bevolking voor. De laatste tijd zijn er aanwijzingen dat het aan populariteit wint in het uitgaansleven. Voor veel gebruikers van heroïne is het een populaire tweede drug geworden.

 

Wat voelt de gebruiker?

Cocaïne stimuleert het centrale zenuwstelsel, versnelt de hartslag en ademhaling en verhoogt de bloeddruk. Wat de gebruiker voelt, is afhankelijk van de dosis en de manier waarop hij gebruikt. Ook de lichamelijke conditie, het lichaamsgewicht en het verwachtingspatroon spelen een rol. Maar in grote lijnen zijn de effecten als volgt. Het uithoudingsvermogen wordt groter, hongergevoel en vermoeidheid verdwijnen. Pijn wordt minder snel voelbaar. De gebruiker wordt opgewekt en vrolijk, voelt meer energie en denkt de hele wereld aan te kunnen. Deze effecten doen zich voor, als de gebruiker af en toe cocaïne neemt. En niet te veel tegelijk. De effecten zijn binnen een half uur verdwenen. Als de gebruiker het gevoel terug wil krijgen, moet hij opnieuw nemen. Zwaardere gebruikers worden vaak rusteloos en raken snel geïrriteerd. Zelfvertrouwen kan doorslaan tot overmoed. En de zware gebruiker gaat in een schijnwereld leven. De contacten met anderen zijn oppervlakkig, alle drukte gaat om niets en ook intieme gevoelens blijken achteraf schijn. Matig gebruik van cocaïne kan seksueel stimulerend werken. Bij toenemend gebruik neemt dat effect af en kan de zin in seks helemaal verdwijnen. Cocaïnegebruik kan zich tot een probleem gaan ontwikkelen, als het moet dienen om een ander mens van de gebruiker te maken. Iemand met meer zelfvertrouwen bijvoorbeeld. Wie daar gevoelig voor is, kan na ‘een keertje proberen’ al snel in de verleiding komen om het nog eens te doen.

 

Kun je er verslaafd aan raken?
Je kunt onderscheid maken tussen lichamelijke afhankelijkheid en geestelijke afhankelijkheid.
We spreken van lichamelijke afhankelijkheid, als het lichaam protesteert wanneer met gebruik van een middel wordt gestopt (ontwenningsverschijnselen). Bij het gebruik van cocaïne treedt dit niet op. Geestelijke afhankelijkheid houdt in dat de gebruiker steeds sterker naar het middel verlangt en zich eigenlijk niet meer prettig kan voelen zonder. Cocaïnegebruik kan wel leiden tot geestelijke afhankelijkheid. Want als iemand vaker of meer gaat gebruiken dan is dat vanwege de effecten die cocaïne op de persoonlijkheid heeft. De gebruiker neemt het dan om zijn zelfvertrouwen op te krikken, bijvoorbeeld in stressvolle situaties.
Dit kan toename van gebruik in de hand werken, omdat op een gegeven moment elke onzekere situatie met behulp van cocaïne te lijf wordt gegaan. Het vervelende daarbij is, dat onzekerheidsgevoelens toenemen naarmate vaker gebruikt wordt. Zo kan de gebruiker in een vicieuze cirkel terechtkomen. De meeste gebruikers zien dat gevaar wel, maar denken dat het hen niet zal overkomen. Ze maken zichzelf wijs, dat ze elk moment kunnen stoppen.
Problemen met cocaïne worden dus in eerste instantie veroorzaakt doordat de gebruiker een lage dunk van zichzelf heeft: hij denkt dingen niet aan te kunnen. Cocaïne geeft het gevoel van ‘alles onder controle hebben’. Dat lijkt een mooie oplossing, maar is het niet. Want dat gevoel is maar schijn. De gebruiker heeft het alleen niet in de gaten. Het risico van afhankelijkheid is bij elke vorm van gebruik aanwezig. Vooral bij het gebruik van crack is het risico groot. Het effect komt heel snel en hevig maar is ook weer snel verdwenen: de wereld lijkt erg leeg zonder. Wil de gebruiker het gevoel weer ervaren, dan moet hij al heel snel weer gebruiken.

 

Wat zijn de risico’s?

Naast afhankelijkheid brengt cocaïne de volgende risico’s met zich mee:

Wie regelmatig en veel cocaïne gebruikt, verliest eetlust, vermagert en doet een aanslag op de lichamelijke conditie. De weerstand tegen infecties neemt af, er doen zich trillingen, bewegingsstoornissen en verstoringen van het hartritme voor. Cocaïne neemt vermoeidheidsgevoelens weg. De gebruiker kan daardoor energie gaan gebruiken ten koste van zijn reserves, omdat hij de natuurlijke grens niet meer voelt. Samen met slapeloosheid leidt dat tot uitputting: voor een deel van de gebruikers een reden om opnieuw te gebruiken.

Dat risico speelt extra bij de combinatie cocaïne-alcohol. De alcohol verdooft en maakt dronken, de cocaïne pept weer op. Dat lijkt een welkome combinatie voor een lang avondje uit, maar gezond is anders: het is extra giftig voor de lever. Je voelt niet meer hoeveel je gedronken hebt en gaat dus gewoon door. Dat kan de volgende dag(en) een flinke kater opleveren: voor een deel van de gebruikers een reden om opnieuw te gebruiken.

Zwaar gebruik kan leiden tot waanvoorstellingen die beangstigend zijn. De gebruiker wordt achterdochtig en voelt zich bedreigd. Dat kan omslaan in agressie. Wie vaak cocaïne gebruikt, kan het gevoel krijgen dat er beestjes onder zijn huid zitten en gaat tot bloedens toe krabben.

Door het snuiven van cocaïne trekken de bloedvaten in de neus samen. Bij frequent gebruik kan het slijmvlies in de neus hierdoor beschadigen. Dat geeft een heftige pijn in de neus. Als cocaïne bij het snuiven in de voorhoofdsholte terechtkomt, kan het daar verstoppingen en hoofdpijn veroorzaken. Door het niet steriel spuiten van cocaïne kunnen spuitabcessen ontstaan. Gebruik van crack brengt extra lichamelijke risico’s met zich mee, zoals aantasting van de longen. Mensen met een zwak hart, zwakke vaten, hoge bloeddruk, suikerziekte of epilepsie lopen extra risico’s. Voordat het bij de gebruiker terechtkomt, is cocaïne vaak vermengd met andere stoffen. Die zijn meestal niet gevaarlijk, maar het betekent wel dat een gebruiker niet krijgt waarvoor hij (veel) betaalt.